FNRS-springen met plezier
De FNRS-methode voor het leren springen
Het FNRS-springen bestaat uit verschillende klassen. Je
begint bij S30.
30 geeft hierbij de hoogte van de hindernissen in het
parcours aan. Dit is dus 30 centimeter.
De klassen lopen steeds met 10 centimeter op, totdat S90 is bereikt. S90 is de hoogst haalbare klasse bij het FNRS-springen.
Hoe werkt het?
Voor de S40, S60 en S80 kun je een diploma behalen. Een diploma behaal je als je 10 promotiepunten in de betreffende klasse hebt gehaald. Als je 15 promotiepunten in een klasse hebt behaald, ga je over naar de volgende klasse om daar promotiepunten te gaan halen.
Bij S90 is geen maximum wat betreft het aantal promotiepunten, omdat hierna geen andere springklasse meer volgt.
Hoe kun je een promotiepunt behalen?
Tijdens het rijden van een springproef word je beoordeeld
door een jury. Deze jury geeft drie verschillende cijfers, namelijk voor
• het binnenkomen, halthouden en groeten
• de manier van rijden tussen de hindernissen
• je houding en zit
De drie onderdelen hebben allemaal een eigen wegingsfactor. Het binnenkomen, halthouden en groeten telt één keer mee. De andere twee onderdelen tellen drie keer mee in het uiteindelijke puntenaantal. Als je voor de drie onderdelen samen 49 punten of meer behaalt, krijg je twee promotiepunten. Behaal je 42 tot 48 punten, dan behaal je één promotiepunt. Als je minder dan 48 punten behaalt, krijg je geen promotiepunt.
Waar let de jury op?
Cijfer 1: Binnenkomen, halthouden en groeten
Hierbij kijkt de jury of je netjes de rijbaan binnenkomt.
Je mag eerst even een rondje om het parcours draven, om zelf te kijken en
natuurlijk om je paard of pony de hindernissen te laten zien. Vervolgens rijd
je naar de jury toe en houd je netjes halt. Als je netjes stilstaat, groet je
de jury. Hierbij pak je de teugels (en eventueel je zweep) in je linkerhand.
Met je rechterhand laat je de teugels los en je legt deze hand rustig achter je
dijbeen. Daarna knik je met je hoofd. Nu kun je de teugels weer in twee handen
pakken.
Vervolgens laat de jury een bel horen. Je mag nu beginnen
met het springen van het parcours.
Cijfer 2: Manier van rijden tussen de hindernissen
Het is de bedoeling dat het parcours in galop wordt
afgelegd. Het kan natuurlijk altijd voorkomen dat je paard of pony landt in de
verkeerde galop. Als je dit op tijd voelt, kun je dit voor de bocht nog
corrigeren, zodat je de wending alsnog netjes kunt rijden.
De jury kijkt of je het paard of de pony niet hindert in
zijn bewegingen en of je netjes naar de hindernissen toe rijdt. Je hoeft niet
het gehele parcours in verlichte zit af te leggen. Wel moet je netjes in balans
te zitten en meegaan met de bewegingen van je paard of pony.
Als je het hele parcours in galop aflegt, zal je cijfer
waarschijnlijk hoger zijn dan wanneer je het parcours voor het grootste deel in
draf aflegt. Het welzijn van je paard staat echter hoog in het vaandel. De jury
zal liever zien dat jij netjes met het paard omgaat en het daarom misschien
even terugneemt naar draf, dan wanneer je ten koste van het paard het parcours
in galop aflegt. Als er een slalom of een doorgang in het parcours is
opgenomen, mag je deze rijden in draf of, als dat nodig is, in stap.
Cijfer 3: Houding en zit
Je houding en zit zijn heel erg belangrijk bij het
springen. De jury kijkt of je in evenwicht en recht zit tijdens de sprong. Ook
let de jury erop of je netjes meegaat tijdens de sprong en je je paard of pony
niet hindert. Ten slotte kijkt de jury naar jouw been-, hoofd- en handhouding
tijdens de sprong.
In het FNRS Handboek Leer paardrijden met plezier lees je
hier meer over.
Wat kun je verwachten?
In alle klassen (S30 t/m S90) staan acht tot negen
hindernissen, waarbij één dubbelsprong is toegestaan. Een dubbelsprong is niet
verplicht. Hiervoor kan de parcoursbouwer kiezen uit de verschillende
parcoursen die door de FNRS worden aangeboden. Het maximaal aantal sprongen is
voor deze klassen vastgesteld op tien. In de klassen is voor de hindernissen
een afwijking in hoogte toegestaan van -5 en +5 cm van de ‘originele’ hoogte.
Het is toegestaan dat de instructeur in de rijbaan staat
als je je parcours rijdt. Het is niet de bedoeling dat de instructeur je het
hele parcours begeleidt, maar als het fout gaat of fout dreigt te gaan, mag je
een beetje geholpen worden.
Tijdens de barrage mag de instructeur ook in de rijbaan
staan, maar dan mag je absoluut niet geholpen worden bij het rijden van de
juiste hindernissen.
Basisparcours en barrage
Bij iedere klasse kun je in ieder geval het basisparcours
rijden. Dit is een vast parcours, zoals hierboven is beschreven.
Als het gaat om het rijden van een barrage, kan de
manegehouder uit systeem A of B kiezen. Als hij/zij keist voor systeem A, dan
mag iedereen die in het basisparcours 52 of meer punten heeft behaald, de barrage
rijden. Dus ook als je een kleine fout hebt gemaakt, is het mogelijk dat je de
barrage mag rijden.
Bij systeem B ligt dat anders. Als de manegehouder voor
systeem B heeft gekozen, mogen alleen de ruiters die het basisparcours foutloos
hebben gereden, de barrage rijden.
De manegehouder moet, voordat de proevendag begint,
aangeven volgens welk systeem er gereden wordt op die dag.
Het rijden van de barrage
De hindernissen van het basisparcours worden ook gebruikt
voor de barrage, maar niet in dezelfde volgorde. Het parcours mag wat verhoogd
worden voor de barrage.
Als je je hebt geplaatst voor de barrage, kan dit twee
dingen betekenen. Je gaat direct na het basisparcours de barrage rijden (dit is
een ingesloten barrage), of je rijdt de barrage aan het eind van de dag met
iedereen die zich voor de barrage geplaatst heeft.
Het rijden van de barrage is anders dan het rijden van
het basisparcours. Zo hoef je, voordat je de barrage begint, de jury niet te
groeten. Het mag wel, maar wordt niet meegenomen in je punten.
In de barrage krijg je uiteindelijk twee cijfers: een
cijfer voor de manier van rijden en een cijfer voor je houding en zit. Beide
cijfers tellen drie keer mee.
Vanaf S70 mag de barrage ook op tijd worden verreden.
Wil je meer weten?
Kom een keer kijken naar de lessen Springen met plezier. In de agenda kun je zien wanneer deze lessen plaatsvinden. Ook kun je het contactfomulier gebruiken voor meer informatie.





