Te paard door Mongolie
Verslag van een ruitervakantie
Henry Vos heeft afgelopen jaar een paardrijvakantie in Mongolië gedaan. Hij stuurde ons zijn verslag en de foto's van deze geweldige ervaring.
Paardrijden in Mongolië, hoe komt een mens erbij om dat te gaan doen? En dan nog wel iemand die geen paard kan rijden. Ik had deze vakantie voor afgelopen zomer gepland. Maar om zonder enige ervaring aan een tiendaagse daagse trektocht (waarvan zeven te paard) te gaan beginnen, leek me toch iets te gortig. Dus heb ik Sandra opgebeld om wat lessen te nemen. Ik had nog twee maanden de tijd, dus een les of tien moest nog wel kunnen. De trip stond als licht tot gemiddeld moeilijk aangemerkt. Als ik de basisbeginselen en een beetje draven zou kunnen aanleren, zou dat al heel wat zijn, dacht ik zo.
De voorbereiding
Sandra pakte het voortvarend aan en was niet van plan om
broddelwerk af te leveren. ‘En zit, en sta, en zit en sta, ja goed zo, oren,
schouders en heup in één lijn!! Schouders naar achteren!’ Soms hoor ik het in
mijn dromen nog... Uiteindelijk ging het draven redelijk, maar het galopperen
was helemaal niks. Ik nam me voor om in Mongolië maar niet te galopperen. En zo
vertrok ik naar Mongolië, ervan overtuigd dat ik wel in het zadel zou blijven
zolang het maar bij draven zou blijven.
In Mongolië
Onze groep bestond uit zes personen. Behalve ik, waren het allemaal ervaren
ruiters! De Mongoolse tourorganisatie had het aantal dagen te paard terug naar vijf
gebracht, omdat zeven te zwaar bleek te zijn. Oeps, dacht ik, waar ben ik aan
begonnen?
Na een spannende en gevaarlijke tocht per 4WD-auto kwamen we na uren op de plek waar ons eerste tentenkamp zou staan. Het bleek dat we zelf onze tenten moesten opzetten want het was wild-kamperen...We stonden midden in de wildernis. Waar waren de paarden? Onze gids had gezegd dat de wrangler (de man met de paarden) ons wel zou vinden. En ja hoor, tien uur 's avonds kwam hij aan, in het pikkedonker. Te paard uiteraard, met zeven paarden achter zich aan.
De paarden
's Ochtends konden we de paarden goed bekijken. Niet zo
groot, maar toch ook weer niet heel klein. Het waren halfwilde paarden...
Gelukkig kregen we gewoon leren zadels. Ik had gelezen dat de Mongoolse zadels
van hout waren. Ulchi, onze paardenman, had wel zo'n prachtig zadel. Tot mijn
verbazing voorzag hij eerst het bit van touwen. Het zat allemaal veel simpeler
in elkaar dan de hoofdstellen op de manege: riemen van paardenhaar om het bit
mee vast te zetten achter de oren, en een touwtje onder de keel door. De
teugels bestonden uit een simpel touw aan het bit, dat was alles. Niks geen
leer. De zadels zaten vast met twee riemen van paardenhaar en de beugels hingen
er maar een beetje bij. Absoluut niet wat ik op de manege had gezien! Ik kreeg
toch wat de kriebels, maar stelde mezelf gerust met de gedachte dat het
Mongoolse volk een paardenvolk is. Ze worden zowat geboren op het paard en dus
zullen ze wel weten wat goed genoeg is.
De paardenman bekeek ons even goed en vervolgens kregen we allemaal een paard toegewezen. Ik had onze gids al gezegd dat ik weinig ervaring had. Hij had dit ook tegen de paardenman gezegd. Toch kreeg ik het grootste paard, een hengst ook nog
Op stap
Voor het opstijgen was de rest van de groep knap zenuwachtig. Ze maakten zich
zorgen over de halfwilde paarden en de zadels. Ik ben vast een beetje naïef,
maar ik wilde er graag op springen om het te gaan proberen.
Eenmaal opgestegen wende het snel. Mijn paard luisterde prima en had vrijwel geen druk nodig. Ik snapte nu waarom ik dit paard kreeg, het was vast de gehoorzaamste. De anderen moeten nogal corrigeren.
Het was een geweldige kennismaking met het land : geen paden, geen verkeer, we reden gewoon waar we wilden. Door bossen en over groene vlaktes en heuvels. We gingen draven en dat ging mij prima af! Ik was eigenlijk wel trots. Ik kreeg zelfs complimenten over mijn zit op het paard. Ik was ook blij dat ik nog de lichte zit had geleerd want het is wel handig als je dat tijdens het draven kan afwisselen. Dan houd je het toch langer vol.
De lunch gebruiken we ergens boven op een heuvel. De auto's waren daar alvast naartoe gereden. Tijdens deze tocht ging er een kok mee die al onze maaltijden in het wild bereidde. Later hoorden we dat het niet zomaar een kok was, maar de beste chef-kok van Mongolië. Hij deed deze tocht als vriendendienst; de eigenaar van onze Mongoolse tourorganisatie was een vriend van hem.
Bij de lunch klaagde iedereen al over spierpijn! Iedereen behalve ik! Ik snapte niet waar ze het over hadden, ik kon nog uren doorgaan.
Toch galopperen!
's Middags werd er dan toch gegaloppeerd. Eerst deed ik maar
niet mee, maar het begon toch te kriebelen. Het zag er zo geweldig uit dat ik
dat ook wilde. Ik kreeg mijn paard niet goed aangespoord om te gaan galopperen
en de paardenman gebaarde dat ik hem gewoon hard moet slaan.. Hij kwam naast me rijden en sloeg. Ik ging
in galop en het ging prima! Ik stond in de beugels en was prima in evenwicht.
Dit is pas paardrijden!
Toen de paardenman later hoorde dat ik maar tien lessen had gehad, kreeg ik een klopje op mijn schouder. Tja, mannen onder elkaar...
's Avonds werden de benen van de paarden twee aan twee aan elkaar gebonden zodat ze niet te ver weg liepen. Overdag hadden we ze al af en toe water laten drinken. We moesten ook regelmatig door rivieren heen. 's Ochtends zochten we meestal eerst een rivier op. De paardenman was trots op z'n paarden en verzorgde ze prima.
Elke dag anders
Alle dagen waren anders, zowel in weer als omgeving. Een dag
hadden we veel regen. We moesten echt goed opletten. Niet alleen omdat het
glibberig was, maar ook omdat de paarden duidelijk anders reageerden als ze
helemaal doorweekt waren. Ze waren veel schichtiger en onvoorspelbaarder.
Een andere dag reden we door een zeer bergachtig gebied op weg naar een oud klooster. We stapten over smalle paden langs redelijke steile afgronden. In dat gebied hadden bosbranden gewoed. Mijn paard moest niets hebben van die zwartgeblakerde stompen die nog vies roken ook. Ik moest hem behoorlijk kort houden want hij wilde iedere keer wegspringen als zo'n verbrande boom te dicht bij het pad stond. En dat is toch wel link als je vlak langs een steile helling rijdt.
Halfwild, toch wat nerveus
Tijdens onze trektocht kwamen we soms kuddes wilde paarden
tegen. Onze paarden reageerden daar nerveus op. Dat het halfwilde paarden waren,
bleek toch wel uit het snelle schrikken. Een paard sloeg zonder duidelijke
reden op hol. In volle galop ging ze ervandoor zonder dat de berijdster er maar
iets aan kon doen. Gelukkig rende ze bergop, dus op een gegeven moment werd ze
moe en liet ze zich weer sturen.
Een andere keer sprong een paard plotseling zijwaarts weg en wierp hierbij de berijdster er met een mooie boog vanaf. Gelukkig geen letsel, alleen maar schrik.
Zelf ben ik een keer bijna onderuit gegaan, wel in volle galop. Ik reed voorop, dus iedereen kon mooi zien wat er gebeurde. Mongolië stikt van de marmotten. Die leven ondergronds in burchten met als uitgang grote gaten in de grond. Normaal gesproken kijkt het paard zelf uit en hoef je de gaten niet te ontwijken. Deze keer was het gat niet goed te zien, dus mijn paard stapte erin tijdens die galop. Hij viel bijna om met mij erop. Instinctief ging ik tegenhangen en hielp zo het paard zijn evenwicht te bewaren. Het lukte en we galoppeerden gewoon door! Achter mij joelde iedereen. De paardenman keek me trots aan.
Afzien
Na vijf dagen zat de rest van de groep er toch behoorlijk
door heen. Zeven, acht uur per dag op het paard en dat dagen achter elkaar, en
dan 's avonds je tent nog op zetten, koude nachten, steeds op de grond slapen
en geen sanitaire voorzieningen. Het was wel wat afzien. Maar hoe langer het
duurde, hoe meer schik ik erin kreeg. Vooral het paardrijden was echt geweldig.
Voor mij had het best wel een paar dagen langer mogen duren...
Geboren op een paard
Hoe de Mongolen zelf paardrijden is echt indrukwekkend. Ze
kunnen gewoon alles op, en met een paard, met of zonder een zadel. Ze zijn zeer
vaardig met de lasso. Het was mooi om te zien hoe een van de Mongolen op een
paard sprong en een losgebroken paard ving met de lasso.
Tja, dat kun je waarschijnlijk alleen maar als je al als klein kind op een paard gezet wordt. Ik heb begrepen dat ze al op drie- vierjarige leeftijd zelfstandig op een paard(je) gezet worden!
Een ander mooi aspect van deze tocht was dat we tijdens de trektocht bij families op bezoek gingen. Er wonen maar weinig mensen, dus werden we zeer gastvrij ontvangen. Ze wonen als nomaden in typisch Mongoolse ronde tenten (ger of yurt). Ze houden veel vee, en doen daarbij bijna alles te paard. Sommigen hebben wel een auto, maar dat is vaak alleen om de spullen naar een volgende locatie te brengen. Ze hebben zomer- en winterplekken. Het leven is simpel en hard, en je vraagt je af waarom wij in het westen altijd maar meer en meer willen. Hier is een volk dat nog tevreden is met wat ze hebben. Ik ken weinig andere volken die zo hartelijk en vriendelijk zijn. Mongolen zijn zeer trots op hun levenswijze en vertellen daar graag over.
Het afscheid
Een mooi gebaar was dat onze paardenman bij het afscheid ons
allemaal een pluk haar van de staart van ons eigen paard gaf. Het afscheid was
ergens midden in de wildernis. We stopten waar onze auto's ook naar toe konden
komen. Vanaf daar ging de paardenman alleen terug met de zeven paarden los
achter zich aan naar huis. Inmiddels waren we meer dan honderd kilometer van
het begin verwijderd. Later hoorden we van de gids dat hij er maar vijf uur
over gedaan had om terug te komen!
Een vakantie om nooit te vergeten
Voor mij was deze vakantie totaal nieuw: paardrijden in de
vrije natuur waar niets moet en alles mag. Een prachtig land met geweldige
mensen.
Met dank aan Sandra en de anderen die de moeite hebben genomen om mij in korte tijd een beetje paardrijden te leren. Dit is een mooie hobby!
Henri Vos
Vollenhove



